De stalen kathedraal

From KCB Library Wiki
Jump to: navigation, search

symfonische schets naar een schilderij van Fernand Stevens

opgedragen aan Karel Bruynseels[1]

Opus 52

Algemeen

  • Geïnspireerd door het schilderij La cathédrale d'acier van Fernand Stevens, componeerde Legley dit werk in 1958.[2]
  • De eerste uitvoering werd gespeeld op 10 april 1959 door het symfonieorkest van het NIR onder leiding van Daniel Sternefeld.[3]

Muziek

  • bezetting: symfonisch orkest[4]
  • duur: ca. 12'

Onderdelen

  • I. Andante maestoso
    • maatsoort: 4/4
  • II. Allegro molto energico, ma non troppo vivo - Più lento - Tempo primo
    • maatsoort: 4/4
  • III. Adagio
    • maatsoort: 3/4

Bronnen

  • autograaf: onvindbaar[5]
  • eerste uitgave (studiepartituur): CeBeDeM, Brussel, 1960
  • kritische uitgave (studiepartituur): Musikproduktion Höflich, München, 2018. Het kritisch apparaat van Koenraad Sterckx bij deze uitgave is hier te raadplegen.

Bibliografie

  • Legley, Victor: brief aan Franz André, 29 november 1965. Koninklijke Bibliotheek van België (B-Br), plaatsnummer Mus. Ms. 4121/420
  • Legley, Victor: brief aan Franz André, 15 maart 1966. Koninklijke Bibliotheek van België (B-Br), plaatsnummer Mus. Ms. 4121/421
  • De Roeck, Ronald: Victor Legley: Some Notes on his Thoughts and Cathédrale d'acier in Anuario musical, Nr. 65 (2010), pp.171-196.

Voetnoten

  1. Titelpagina van de eerste uitgave: "Voor Karel Bruynseels, die ze me hielp te bouwen."
  2. In een artikel in Le Soir van 24 december 1958 (La Ronde du Soir: Courrier des Lettres[,] des Arts et des Sciences, p.5) wordt het werk merkwaardigerwijs La Cathédrale de Verre genoemd.
  3. Tessely, p.31. De Roeck (p.369) verwijst naar een artikel in De Standaard van 21 april 1959 (H.D.: Belangrijk nieuw werk van Victor Legley, paginanummer onbekend).
  4. Piccolo, 2 fluiten, 2 hobo's, Engelse hoorn, 2 klarinetten, basklarinet, 2 fagotten, contrafagot, 4 hoorns, 3 trompetten, 3 trombones, slagwerk, harp en strijkers.
  5. Hoewel De Roeck (p.359) niet vermeldt dat de autograaf zich in het archief bevond dat Legley's zoon bijhield, is op een foto op p.248 in zijn thesis te zien dat de autograaf wel degelijk in bezit van Walter Legley was. Dat archief werd echter in 2011 geschonken aan de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar dit werk niet aanwezig is. Bijgevolg zou het manuscript zich nog bij de familie Legley moeten bevinden, maar daar kon het vooralsnog niet gevonden worden.